Politieblog: ‘’Mafkees! Ik had je bijna doodgeschoten!”

Geplaatst op 18 mei 2017, om 20:14 uur

REGIO – Elke dag weer komen politieagenten in gevaarlijke situaties terecht. Waar anderen een stap terug doen, stappen politiemensen naar voren. Desnoods met gevaar voor eigen leven. Voor de veiligheid van anderen. Soms staan ze daarbij voor grote dilemma’s. En moeten ze in luttele seconden beslissen.

Het is de eerste mooie lentedag van 2016, een zaterdagavond. Ik rijd in mijn eentje surveillance in een 4×4 politieauto in een beschermd natuurgebied. Ik controleer wat auto’s en motorcrossers, deel hier en daar een waarschuwing uit en help een man die zichzelf heeft vastgereden in een beschermd bosgebied. Misschien vang ik nog wel een boefje zoals een drugsdealer, een gesignaleerd persoon of een stroper.

Jongens met vuurwapen
Dan komt er een verontrustende melding binnen. In een parkje achter een school lopen twee jongens met vuurwapens rond. De melder gaf een goed signalement door. Ik rijd er plankgas naar toe. Achter het parkje, op een fietspad, lopen twee jongens die aan het signalement voldoen. Ik parkeer de auto en trek een sprintje naar het park. Als ik een hoek om ren zie ik de jongens voor me lopen. Ik ben alleen en roep rustig: “Blijf staan! Ik wil jullie handen zien!” Aan hun reactie zie ik dat ze me gehoord hebben, maar ze veranderen van richting en lopen een grasveld op.

‘Richt de loop op mij’
Dit voelt niet goed. Met mijn hand op mijn holster roep ik nog een keer en de jongens draaien zich om. Opeens grijpt de linker jongen naar zijn middel. Ik trek razendsnel mijn vuurwapen, richt het tussen de jongens in en roep: “Handen omhoog!” Ze negeren mijn bevel. De linker jongen haalt een vuurwapen tevoorschijn. Ik richt mijn wapen op zijn borst en schreeuw dat hij zijn wapen neer moet leggen en op de grond moet gaan liggen. Hij reageert niet. De loop van zijn pistool wijst naar mijn voeten. Ineens heeft ook de andere jongen een vuurwapen in zijn handen.

Knieën
Er schieten allerlei scenario’s door mijn hoofd. Ik zie maar één oplossing. Ik schreeuw een laatste keer: “Laat vallen dat wapen of ik schiet je neer!” Heel langzaam haal ik de trekker over. Net voordat ik wil schieten hoor ik de jongens iets zeggen. Langzaam zakken ze op hun knieën en gooien ze de wapens vlak voor hen neer. Daarna gaan hun handen omhoog.

Ik roep in mijn portofoon om versterking. Een motorrijder komt snel ter plaatse. Ik ben nog nooit zo blij geweest om een collega te zien! Ook hij trekt zijn vuurwapen en richt op de jongens. Ik loop naar hen toe en schop de vuurwapens weg. Er komen nog meer collega’s aangerend. De jongens worden geboeid en gefouilleerd.

Nepwapens
Ik stop mijn wapen in mijn holster en ben zo woedend dat ik naar de jongen die het vuurwapen op mij richtte, roep: ‘’Mafkees! Ik had je bijna doodgeschoten!” Hij zegt smalend lachend: “Stel je niet zo aan, dat zijn nepwapens!” Ze lijken er gewoon lol om te hebben. Ik ben zo woedend dat ik hem wel kan slaan, daarom loop ik even weg. Mijn blik valt op de vuurwapens. Ze zien er echt uit, ook van dichtbij. Later blijkt uit onderzoek dat het inderdaad imitatiewapens zijn.

Waarom ik niet heb geschoten? Pal achter de jongens stonden mensen voor de ramen van hun woning. Er reden fietsers en er speelden kinderen. Als je iemand neerschiet blijft de kogel niet altijd in het lichaam zitten. Stel dat de kogel gaat zwerven en een kind raakt? Ik kan natuurlijk ook mis schieten. Het risico was te groot om overhaast een beslissing te nemen.

Waarom de jongens zo deden weet ik nog steeds niet. Misschien wilden ze iemand met de nepwapens beroven. Ik denk dat het gewoon domme bravoure was.

Kijk voor meer informatie op onze themapagina geweldsinzet

Voor het laatste nieuws uit de regio volg je ons op Facebook

foto boven ter illustratie