Politieblog; ”Plotseling kijk in de loop van van het vuurwapen”

Geplaatst op 19 oktober 2017 14:16 uur | Laatst bijgewerkt op 19 oktober 2017 14:16

REGIO – ‘Ik ben niet boos. Nee, ik ben woedend! Hoe haalt hij het in zijn hoofd om op ons te richten!’ Wijkagent Timon vertelt hoe hij plotseling in de loop van een vuurwapen kijkt. De man die het pistool op hem richt is een oud-collega.

De blog:
‘Ik ben niet boos. Nee, ik ben woedend! Hoe haalt hij het in zijn hoofd om op ons te richten!’ Wijkagent Timon vertelt hoe hij plotseling in de loop van een vuurwapen kijkt. De man die het pistool op hem richt is een oud-collega. ‘Mijn collega en ik zoeken dekking achter de geopende portieren van onze dienstauto en trekken razend snel ons vuurwapen. Tijd om na te denken of te overleggen is er niet. Ik roep de man meerdere malen aan: “Laat je wapen vallen of ik schiet!” Met een lege blik in zijn ogen loopt hij langzaam mijn kant op, zijn pistool nog steeds op mij gericht. Ik schiet in de lucht, maar dat brengt hem niet tot zinnen. Terwijl het schot nog nagalmt in onze oren, loopt de man rustig door. Mijn collega waarschuwt nogmaals en vuurt dan twee schoten af op de man. De kogels missen; het schootveld van mijn collega is vanaf zijn kant niet optimaal. Dat van mij wel. Het flitst door me heen: ik moet de man neerschieten voordat hij ons neerknalt.’

Doorgedraaid
‘Die dinsdagavond 17 juli begint als een rustige dienst. Ik draai samen met mijn collega surveillance met de dienstauto als de melding komt dat een man buiten zinnen is en een bedreiging voor zichzelf en zijn vrouw. Ik ken de situatie. De vrouw wil na een aantal jaar scheiden. De man heeft bij de politie gewerkt in een ondersteunende functie. Hij is er in zijn busje vandoor gegaan en we gaan naar hem op zoek.
Even later zien we het busje op een parkeerplaats staan. Ik zet de auto stil en we lopen ernaar toe. Mijn collega spreekt de man door het geopend portierraam aan. Hij negeert ons, start de motor en scheurt weg. Ik zie in een flits nog dat er iets in zijn broekband steekt maar wat, kan ik niet goed onderscheiden. We rennen terug naar onze auto en rijden achter hem aan. Hij slaat een zijstraat in en verdwijnt uit het zicht. Als ik de straat inrijd zien we een bizar tafereel: het busje staat slordig geparkeerd in een parkeervak langs de weg. De man ernaast, een pistool op ons gericht. Ik trap met alle kracht bovenop de rem.’

Woest
‘Ik roep de man nogmaals aan en haal dan de trekker over, mijn vuurwapen op zijn benen gericht. Het schot klinkt, de kogel raakt de man net boven zijn knie en hij slaat tegen de grond. Bloed spat in het rond, zijn vuurwapen rolt over de straat, buiten zijn bereik. De man zelf geeft geen kik. Mijn collega en ik rennen naar hem toe en slaan hem in de handboeien. Hij verweert zich niet.
Ik ben niet boos. Nee, ik ben woedend! Hoe haalt hij het in zijn hoofd om op ons te richten. Notabene een oud-collega. Toch begin ik geroutineerd met het verlenen van eerste hulp. Dat voelt dubbel. Maar ik doe wat gedaan moet worden. Meerdere collega’s arriveren, de man wordt onder bewaking met de ambulance afgevoerd. Ik bekijk het vuurwapen dat verderop ligt. Het lijkt op een politiepistool. De loop staat wat open en ik zie de patroonkamer. Daarin, scheef eruit stekend, een kogel. Heeft hij op ons geschoten? Mijn benen beginnen te trillen en met tranen in mijn ogen besef ik me dat vanavond mijn vrouw haar man en mijn dochter haar vader had kunnen verliezen.’

Redding
‘De man heeft nooit zijn excuses gemaakt of enige vorm van spijt getoond. Dat steekt nog steeds. Hij beweerde voor de rechter dat hij niet op ons geschoten had. De forensisch rechercheurs vertelden later dat een schot of het doorladen van het vuurwapen de enig logische verklaringen waren dat de kogel zich in de kamer bevond. Dat kan niet door een val gekomen zijn. Dat het vuurwapen vervolgens blokkeerde – de man had onderdelen van twee verschillende politiepistolen verduisterd en in elkaar geknutseld – is waarschijnlijk onze redding geweest. Ik heb zelf altijd het gevoel gehad dat hij erop uit was dat we hem doodschoten maar dat is nooit bewezen. Ik wilde hem juist niet doodschieten, daarom schoot ik heel bewust op zijn benen.’

Stap naar voren
Elke dag weer komen politieagenten in gevaarlijke situaties terecht. Zij doen een stap naar voren voor de veiligheid van anderen. Desnoods met gevaar voor eigen leven. Soms staan ze daarbij voor grote dilemma’s. En moeten ze in luttele seconden beslissen.