Artikel

Politieblog: Mamma heeft mij helemaal geen doei gezegd

Geplaatst op 16 september 2020 14:46 | Laatst bijgewerkt op 19 september 2020 14:50

POLITIEBLOG GELDERLAND – Een normale zondagmiddag, tenminste zo begint het. Ik heb late dienst met Debby. Een collega met wie ik fijn kan samenwerken en die al heel wat jaren bij de politie werkt. Wat we die middag eerst allemaal hebben gedaan, kan ik mij niet meer goed herinneren, maar ik weet wel dat wij rond 16.00 uur een melding krijgen van een gevonden tas in een bos.

Geschreven door hoofdagent Marloes, gepubliceerd op Facebookpagina Politie Gelderland 

Een ietwat oudere man, genaamd meneer Visser, heeft een lekkere zondagswandeling in het bos gemaakt en net iets buiten de geijkte wandelpaden heeft meneer Visser een tas gevonden. Hij heeft er in gekeken en het blijkt een tas van een vrouw te zijn. Er zit een portemonnee in en daarnaast standaard vrouwendingen die in een tasje horen. Je hebt ‘ze’, de standaard vrouwendingen, niet vaak nodig. Toch is fijn om ‘ze’ bij je te hebben, voor je weet wel, het geval dat. Z’n tas vond meneer Visser dus in het bos, zomaar ergens net buiten het pad, vlak naast een grote stevige boom. In de portemonnee zat een beetje kleingeld en een legitimatiebewijs. Dit legitimatiebewijs was eigendom van Anita. Tot nu toe nog geen schokkende politiezaak.

Op moment dat meneer Visser het landelijke politienummer belt, komt er ook een andere melding binnen. Wouter belt en zegt dat zijn vrouw spoorloos is. Het gaat al een tijdje niet zo goed met haar en ze is vanmorgen vroeg vertrokken uit hun woning. Hij heeft iedereen, waarvan hij maar kan bedenken, dat ze daar zou kunnen zijn al gebeld. Maar ze was nergens en nu weet Wouter het niet meer. Hij zit thuis in hun woning, samen met hun twee zonen van 7 en 4 jaar oud, al uren te wachten. Ze wachten en wachten op het moment dat de vrouw thuis zou komen. Alleen kwam Anita niet thuis. En dus daarom belt Wouter de politie.

De twee meldingen, dus van meneer Visser en de melding van Wouter worden vrijwel direct aan elkaar gekoppeld en aan Debby en mij uitgegeven.
We hebben dus een vermiste vrouw en een gevonden tas van deze vermiste vrouw. Debby en ik overleggen kort en besluiten contact op te nemen met meneer Visser. Ik vraag hem waar hij op dat moment is. Ik hoor meneer Visser zeggen dat hij thuis is, maar dat hij ons de plek waar hij de tas heeft gevonden wel even wil laten zien. “Dit is zo afgelegen”, zegt hij erbij, “dat vinden jullie zonder mij nooit.” We spreken af aan de rand van het bos, op een parkeerplaats.

Meneer Visser arriveert korte tijd later en neemt ons mee. Hij verteld honderduit over de omgeving en dat hij hier als klein jochie heeft rondgerend. Hij wijst een boerderij aan en zegt dat de familie Veerstal daar vroeger woonde en dat deze onlangs geheel is gerenoveerd door een jong stel. Hij zegt hun namen nog niet te weten, omdat ze er pas zijn komen wonen. Dan vertelt hij iets over de kleinzoon van de buurman, maar ik moet eerlijk zeggen dat hij daar mijn interesse een beetje verloren heeft en wat er precies met dat jongetje was, weet ik niet meer.
Dan ineens staat meneer Visser stil en zegt: “Hier is het geloof ik bijna.” En ik zie dat hij om zich heen kijkt, zoekend naar de tas. In eerste instantie dacht ik dat hij de tas had meegenomen, maar hij had de tas bij de boom laten staan, omdat hij dacht dat deze daar nog zou worden opgehaald. We vinden de tas en ik kijk kort omhoog. Ineens sta ik aan de grond vastgenageld. Ik zie iets, maar mijn ogen kunnen het eindelijk niet beseffen. Debby en meneer Visser zijn met elkaar in gesprek en zien gelukkig niet wat ik wel heb gezien. Ik zeg meneer Visser dat we weer teruglopen en maak een beetje haast. Ik verwacht niet dat hij het doorheeft, want nog steeds praat hij over koetjes en kalfjes. Ondertussen praat ik Debby snel bij en vertel haar wat ik gezien heb. Ze kijkt omhoog.

We hebben Anita gevonden. Helaas niet op de manier waarop we gehoopt hadden.

We begeleiden meneer Visser naar zijn auto en doen ons best om het praatje pot zo nonchalant mogelijk mee te doen. Hij heeft werkelijk geen idee, wat wij zojuist gezien hebben en daar ben ik oh zo blij mee. Wat fijn dat hem dit bespaard is gebleven. Hij stapt in zijn auto, we bedanken hem voor de melding, het aanwijzen en zwaaien hem daarna nog even kort uit.
Hierna berichten we de meldkamer en geven aan dat we Anita hebben aangetroffen. De specialistische eenheden van de politie komen ter plaatse en reconstrueren de laatste minuten van Anita. Daarna worden Debby en ik gevraagd of wij het slecht nieuws willen gaan brengen aan Wouter, de man van Anita.

Slecht nieuws brengen; altijd een heftige en indrukwekkende klus. We rijden naar het adres van Wouter en Anita en hun twee kids. Debby en ik staan voor de deur en nemen net voordat we aanbellen nog even een grote hap lucht. We hebben dit vaker gedaan, niet zozeer samen, maar we weten dat het komende uur heftig en emotioneel zal gaan worden. We gaan naar binnen en vertellen daarna kort en bondig het slecht nieuws. De twee jongens, zitten op hun laptop een spelletje te doen of een filmpje te kijken en krijgen niet direct mee wat er aan de hand is. Tot de kreet van hun vader, ook bij hun door merg en been gaat. Ze kijken verbaasd en ongerust op. Ze snappen niet wat er aan de hand is, maar zo klein als ze zijn weten ze dat het foute boel is. Wouter kijkt ons hulpbehoevend, bijna smekend aan. “Willen jullie het vertellen?” vraagt hij ons.

Oei, nu moeten wij, Deb en ik, dus twee kleine mannetjes van 7 en 4 jaar oud gaan vertellen dat hun moeder niet meer terugkomt. Dat zij een eind aan haar leven heeft gemaakt en geen andere uitweg meer heeft gezien. Het huilen staat mij nader dan het lachen en even had ik gehoopt dat ik voor een ander beroep had gekozen. We gaan bij de jongens op de bank zitten en vertellen hun dat hun moeder is overleden. Vier donkerbruine ogen staren ons aan en dan zegt die kleine hummel: “Mama, heeft mij helemaal geen doei gezegd.”

Heeft u hulp nodig of heeft u gedachten over zelfdoding? Bel dan met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900-0113 (24/7 bereikbaar) of kijk op 113.nl.